Contact-momenten

Suid-Afrikaanse kunstenaars skitter by Herman van Veen

 

Waarskynlik het niemand voor die tyd presies geweet hoe dit sou uitwerk nie. Maar tydens Harlekijn en de Zuid-Afrikaanse dagen, ’n Afrikaanse en Nederlandse kultuurfees op Herman van Veen se landgoed in die bosse van Soest, het alles saamgewerk om die meer as duisend besoekers wat afgelope naweek hulle pad na De Paltz gevind het, ’n fantastiese ondervinding te gee.

 

In die eerste plek is De Paltz met sy 19e-eeuse herehuis, beukelanings en grasvelde ’n betowerende omgewing. En die weergode was genadig: heel naweek het die son stralend geskyn, en eers tien minute ná die laaste klanke weggesterf het, het ’n verskriklike onweersbui losgebars.

 

Maar die belangrikste was natuurlik die kunstenaars. Terwyl die program Vrydagaand en Saterdag hoofsaaklik uit Nederlandse produksies bestaan het, het die Suid-Afrikaanse kunstenaars van Saterdagaand af hulle opwagting gemaak. Een van die hoogtepunte van die Nederlandse deel van die program was ’n heropvoering deur Herman van Veen self van sy ikoniese kinderteatervoorstelling oor die dapper eend Alfred Jodocus Kwak, op die dag af 40 jaar ná hy dié karaktertjie op 29 Augustus 1976 vir die allereerste keer ten tonele gevoer het. Die gehoor was van voor af betower deur die pragtige taalgebruik en die uiters verfynde musikale verwerkings in hierdie oënskynlik so eenvoudige storie.

 

Ná ’n intieme optrede van die baie gewilde Nederlandse cabaretière Claudia de Breij het Luna Paige, Coenie de Villiers en Anna Davel Saterdagaand namens die Suid-Afrikaners die spits afgebyt. Al drie het hulle Nederlandse gehoor verstom met die skoonheid van hul taal en hul enorme talent. Coenie de Villiers, wat ’n interessante program gekies het vol verwysings na die Suid-Afrikaanse landskap, het getoon dat hy in die Suid-Afrikaanse musiek van dieselfde statuur is as Herman van Veen in Nederland.

 

Sondagmiddag het al die aanwesige kunstenaars eers ’n aantal van hulle gunsteling gedigte voorgelees, terwyl die besoekers sommer op stoeltjies in die lang gras onder die bome gesit het. Daarna het Andries Bezuidenhout – singer-songwriter, digter en beeldende kunstenaar, onder meer ook bekend as ‘Roof’ uit die Brixton Moord en Roof Orkes – party toeskouers in trane gehad met sy diep, poëtiese tekste en sy gevoelvolle en soms ironiese voordrag, en het Pops Mohamed – een van Suid-Afrika se 21 Icons – die gehoor laat kennismaak met die inheemse instrumente van die San uit die Kalahari, soos die kora en die duimklavier.

 

Tydens Harlekijn en de Zuid-Afrikaanse dagen is ook … byvoorbeeld (Deel 1) bekendgestel, ’n versamel-cd bedoel om die Nederlandse luisteraars vertroud te maak met die rykdom en diepte van die Afrikaanse musiek. Al 20 kunstenaars op die cd was bereid om sonder vergoeding ’n opname af te staan vir hierdie projek. Die cd is verpak in ’n fraai uitgevoerde boekie met lirieke, toeligtings, ’n gedig van Herman van Veen en twee oorspronklike kunswerke van Diek Grobler buitenop. Die opbrengs van dié projek gaan na die Suid-Afrikaanse Teater Bystandsfonds.

 

Na ’n regte Suid-Afrikaanse vleisbraai was dit die beurt aan Joshua na die Reën – wat as ’n voltallige band die reis na Nederland gewaag het, inklusief twee jong babatjies. Dié simpatieke jong kunstenaars het die gehoor omver geblaas met hulle dromerige lirieke, interessante melodielyne en die energie van hulle opvoering.

 

Jannie du Toit het spesiaal deurnag gevlieg om aan die fees te kon deelneem. Terwyl Jaconell Mouton deurentyd daar was om die kunstenaars op die klavier te begelei, het Jannie du Toit ook enkele nommers saam met die blinde Nederlandse pianis Bert van den Brink gedoen, met wie hy in 2014 ’n Jules de Corte-program uitgevoer het, sowel in Nederland as in Suid-Afrika. Veral ‘Die liefde’, geskryf deur Christa Steyn, het die Nederlandse gehoor op sy voete gehad.

 

Die absolute finale was egter in hande van Karin Hougaard, wat saam met Herman van Veen die drywende krag agter hierdie fees was. Sy het nie sommer net ’n paar liedjies gesing nie. Sy het kragte gebundel met Jaconell Mouton én met Pops Mohamed, en haar veelsydigheid en volmaake vakvrouskap gewys as sangeres én aktrise.

 

Vir baie kunstenaars in Suid-Afrika, soos reg rondom die wêreld, het Herman van Veen in sy loopbaan van 50 jaar uitgegroei tot ’n voorbeeld en ’n inspirasie. Nou was dit die Suid-Afrikaners se beurt om te wys hoeveel talent en kwaliteit daar ook uit Suid-Afrika kom. Karin Hougaard het op haar Facebook geskryf dat sy vanaand “so ongekend Proudly South African” gevoel het dat “my hart skoon pyn!” Dit was die gevoel van baie mense wat hierdie historiese geleentheid kon bywoon.

 

Gepubliceerd in de Netwerk24-kranten, 2 september 2015

In de avond van 6 februari 2015 overleed de Zuid-Afrikaanse schrijver André P. Brink, aan boord van het KLM-vliegtuig van Amsterdam naar Kaapstad. Brink was op de terugweg na een bezoek aan België, waar hij op 2 februari een eredoctoraat van de Francophone Université catholique de Louvain in ontvangst had mogen nemen. Er bestaat een prachtige video-opname van deze plechtigheid. Brink zit in een rolstoel, en ondanks zijn rode toga ziet hij er broos en kwetsbaar uit. Maar de toespraak die hij houdt, is indrukwekkend. Ondanks zijn hoge leeftijd – hij zou op 29 mei 80 zijn geworden – spreekt hij – uit het hoofd – in prachtige volzinnen, in vloeiend Frans. In een toespraak die volledig tot de Leuvense studenten gericht is, houdt hij, met verwijzing naar het Antigone-personage uit de Griekse mythologie én de recente aanslag op het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo, een pleidooi voor een onderzoekende levenshouding en een kritische opstelling tegenover alle vormen van macht. Dit optreden moet Brink een uiterste krachtsinspanning hebben gekost. Maar zijn oproep getuigt opnieuw van de eruditie en de strijdbaarheid die we zo goed van Brink kennen en die we tijdens zijn lange schrijversloopbaan zo bewonderd hebben. We mogen dankbaar zijn voor deze laatste beelden, waarin Brink nog één keer zijn kritische stem laat horen. Het herinnert aan het laatste woord van de Noorse schrijver Henrik Ibsen, dat Brink gebruikte als titel van één van zijn bekendste romans: ‘Inteendeel!’
 
Brinks laatste reis begon in Amsterdam, dat hij in een interview dat ik in 1996 met hem deed voor het Nederlandse dagblad Trouw, een van zijn ‘gunstelingstede’ op deze aarde noemde. Het was mijn eerste ontmoeting met Brink, op zijn kantoor op de campus van de Universiteit van Kaapstad. In 2009 zou ik hem opnieuw interviewen, toen in Amsterdam. Tussendoor en in de jaren die volgden, zouden we elkaar geregeld tegenkomen, bij boekpresentaties en toen hij in 2003 de Van Wyk Louw-lezing hield aan de Universiteit van Johannesburg. Ik heb hem leren kennen als een ouderwets hoffelijke man, met een oprechte belangstelling voor de persoon tegenover hem, en ik ben dankbaar dat ik hem, op een eenvoudige manier, een vriend kon noemen.
 
De laatste keer dat we elkaar zagen, was in Stellenbosch, bij het Woordfees van 2013. Wat was ik blij dat ik hem een exemplaar van Maandblad Zuid-Afrika kon geven, waarvan ik toen net een half jaar hoofdredacteur was. Brink oogde ook toen al broos, en ik wist dat als ik iets wilde zeggen, ik deze gelegenheid niet voorbij moest laten gaan. André Brink is, samen met Etienne van Heerden en Antjie Krog, één van de schrijvers die in de jaren negentig mijn visie op Zuid-Afrika hebben bepaald. En het Maandblad, in al zijn beperktheid, is mijn manier om gevolg te geven aan wat ik onder meer bij Brink heb mogen leren. Dat hele gesprek, op de trappen van het SASOL Kunsmuseum, heeft waarschijnlijk nog geen drie minuten geduurd. Maar ik geloof dat hij het wel begreep.
André Brink heeft met zijn realistische romans uit de jaren zeventig veel Nederlanders bewust gemaakt van de verwerpelijkheid van het apartheidssysteem. Waarschijnlijk zal men achteraf zeggen dat hier zijn grootste betekenis lag. Ten eerste heeft hij veel taal- en volksgenoten door zijn romans de ogen geopend voor de misstanden onder het apartheidsregime en zo bijgedragen aan een klimaat waarin de vreedzame overgang naar een vrij en democratisch land voor alle Zuid-Afrikanen begin jaren negentig mogelijk werd. Ten tweede konden door de vele vertalingen en de populariteit van zijn werk in het buitenland ook lezers buiten Zuid-Afrika kennisnemen van wat er in dat land aan de gang was, waarmee hij voedsel gaf aan de kritische houding ten opzichte van Zuid-Afrika. Ook deze internationale druk was een factor die de afschaffing van de apartheidswetgeving, nu vijfentwintig jaar geleden, heeft bespoedigd.
 
Zelf kwam ik aan het begin van de jaren negentig voor het eerst met de Afrikaanse literatuur in aanraking, en het waren vooral Brinks essaybundel Herontdekking van een continent en de romansSandkasteleInteendeel en Bidsprinkaan die mijn beeld van Zuid-Afrika mede hebben vormgegeven.
 
Wat me bijblijft, is om te beginnen Brinks geweldige eruditie. Er is Brink wel verweten dat hij met alle literaire modes meewaaide. De waarheid is dat hij een bredere belezenheid bezat dan de meesten van zijn critici. Hij had een enorme kennis van de Afrikaanse, Engelse, Franse, Spaanse én Latijns-Amerikaanse literatuur. Daar kwam bij dat hij steeds zijn vinger op de pols van nieuwe literaire ontwikkelingen had. Als hij zelf al geen deel uitmaakte van de internationale literaire voorhoede, dan zat hij er in ieder geval vlak achter. En hij was altijd één van de eersten om die nieuwe trends, zoals het postmodernisme, het postkolonialisme en het magisch-realisme, in Zuid-Afrika te introduceren, zowel als academicus en in zijn eigen schrijfwerk.
 
Belangrijk voor zijn werk uit de jaren negentig, was zijn verkenning van de verhalenschat van de andere culturele tradities uit Zuid-Afrika, buiten de Afrikaanse en de Engelse. Het postmoderne en magisch-realistische karakter van zijn romans stelde hem in staat om thema’s en motieven uit uiteenlopende westerse en Afrikaanse tradities bijeen te brengen en zo de rijkdom en verscheidenheid van Zuid-Afrika als regenboognatie te vieren.
 
Later zou ook Brink teleurgesteld raken over de criminaliteit en corruptie die in postapartheid Zuid-Afrika steeds meer schering en inslag werden, en getrouw aan zijn principe om kritisch te blijven tegenover alle vormen van macht, stak hij zijn ongenoegen hierover niet onder stoelen of banken.
 
Met beide boodschappen – zowel die van de regenboognatie als die van de ontevreden burger die de machthebbers ter verantwoording roept – hielp hij, net zoals hij in de jaren zeventig en tachtig had gedaan, richting geven aan het discours van zijn tijd.
 
Op het moment van schrijven moeten de bijzonderheden over Brinks overlijden nog bekend worden. Maar het lijkt passend dat hij stierf onderweg van Europa naar Zuid-Afrika. Brink hield van Europa en de Europese cultuur, hij heeft een belangrijke rol gespeeld om de mensen in Europa bewust te maken van het onrecht van de apartheid, en hij zal hier altijd gerespecteerd worden, wat het eredoctoraat uit Leuven glansrijk illustreert. Maar hij was op weg naar Zuid-Afrika.
 
In ons interview uit 1996 verwees hij naar Antigone, het mythische personage dat ook een belangrijke plaats innam in zijn aanvaardingstoespraak in Leuven op 2 februari 2015. ‘Wat mij in dit verhaal fascineert’, aldus Brink in 1996, ‘is de opstand tegen het “eigen” gezag: Antigone verzette zich tegen haar eigen familie en haar eigen staat. Een algemene opstand ten behoeve van iedereen die onderdrukt wordt, is te gemakkelijk. Nee, je verzet moet doelgericht zijn en jezelf eigenlijk in een probleemsituatie plaatsen.’ De Parijse studentenopstand van 1968 had Brink doordrongen van de misstanden in zijn eigen land. Maar juist daarom besloot hij terug te gaan. ‘Ik had vanuit Parijs de meest opstandige boeken kunnen schrijven. Maar als je geen verantwoordelijkheid hoeft te dragen voor wat je denkt en zegt en schrijft, wat doet het er dan eigenlijk toe?’

Ons tweede interview, in 2009, vond plaats nadat Brinks dochter in 2006 aangevallen was tijdens een overval op een restaurant in Somerset-Wes, en nadat in 2008 zijn neef, een zoon van zijn zuster, de schrijfster Elsabé Steenberg, in zijn eigen huis vermoord was. Het was voor Brink reden om opnieuw de internationale noodklok te luiden, wat hem in eigen land niet door iedereen in dank werd afgenomen. Wilde hij maar niet liever het voorbeeld van zijn collega J.M. Coetzee volgen en ook naar Australië emigreren? Maar opnieuw koos Brink ervoor om de moeilijkheden niet uit de weg te gaan en het kwaad van binnenuit te bestrijden. ‘Ik hoop dat mensen zullen inzien dat het feit dat ik niet vertrek, dat ik ervoor kies om te blijven, wat de situatie ook is, iets betekent. Ik ben wanhopig, ik ben opstandig, maar weggaan zal ik niet.’
 
André Brinks aanvaardingstoespraak in Leuven was het laatste, grootse ‘Inteendeel!’ van een dappere, fantastische schrijver, en een beminnelijk mens.

Nieuwe commentaren

13.02 | 08:47

Ek doen dit graag, Johan!

...
12.02 | 12:33

Dank je wel, Xiomara!

...
12.02 | 12:27

Week van de Afrikaanse roman zit nog vers in mijn geheugen! Bedankt voor al je harde werk en inspiratie!

...
11.02 | 21:58

Harde werk dié! Doe zo voort, Ingrid:)

...