TOT SIENS TOMMASINO

Sensitieve novelle over jonge Mozart heeft alle kenmerken van een moderne klassieker

Trazom verdient een internationaal publiek.

Tenslotte behoort de wondermens Wolfgang Amadeus Mozart aan de hele wijde wereld,

van Rücken tot Salzburg; van Constantinopel tot Kaapstad.’ - Hennie Aucamp

 

De novelle Tot siens Tommasino van de Zuid-Afrikaanse schrijver Philip de Vos draagt alle kenmerken van een moderne klassieker. Met zijn wijsheid, fijne psychologische observaties en poëtische schoonheid hoort het boek thuis tussen andere tijdloze verhalen zoals De kleine prins en De gebroeders Leeuwenhart.

Samenvatting

De proloog van Tot siens Tomassino speelt zich af op een mistroostige dag in Parijs in september 1778, wanneer de 22-jarige Wolfgang Amadeus Mozart een brief ontvangt die hem doet terugdenken aan drie magische dagen uit april 1770.

In een lange flashback gaat het verhaal vervolgens terug naar de jaren 1769 en 1770, toen Wolfgang als 14-jarige jongen met zijn vader door Italië trok. Hij raakte langzaamaan te oud om nog voor een wonderkind te kunnen doorgaan, en deze reis moest hem inwijden in de wereld van de opera. Vader Leopold blijkt een ambitieuze en dominante, maar ook wat verongelijkte man die het gevoel heeft dat hij zijn eigen loopbaan heeft opgeofferd voor die van zijn hoogbegaafde zoon. In ruil verwacht hij dat Wolfgang overal waar hij komt rijkdom en aanzien zal verwerven. Avond aan avond moet het jonge genie zijn kunstjes vertonen, aan het hof van de zoveelste koning, graaf of aartsbisschop.

Wolfgang komt uit het boek naar voren als een echte puber. Om altijd maar onderweg te zijn – overdag in gammele postkoetsen op modderige bergpaden, ’s nachts in goedkope herbergen met bedden die vergeven zijn van de luizen – valt hem zwaar. Hij is fysiek nauwelijks opgewassen tegen alle ontberingen en hij mist zijn moeder en zijn zusje Nannerl, die in Salzburg zijn achtergebleven. Het liefst houdt hij zich bezig met dagdromen, woordspelletjes en practical jokes.

Ondanks zijn virtuositeit achter het clavecimbel begrijpt Wolfgang niets van de wereld van de volwassenen. Overal waar hij komt, wordt hij omringd door bewonderaars die hem willen aanraken en vrouwen die hun half ontblote borsten (het is de tijd van decolletés, mouches, pruiken en poeder) in zijn gezicht duwen. Hij heeft opdracht om een opera te schrijven op basis van een  libretto waarvan hij niet alleen de tekst eerst met een Italiaans woordenboek moet vertalen, maar waarvan ook de thematiek – liefde en dood – ver van hem af staat. De kloof tussen het bevattingsvermogen van de jonge Wolfgang en die van de volwassenen blijkt bijvoorbeeld als hij wordt voorgesteld aan de oude castraat Farinelli. Vader Leopold heeft de grootste moeite om uit te leggen hoe zo’n falsetstem ontstaat: door een operatie, niet aan de stembanden, maar ‘ergens tussen de navel en de knie’.

Uit een aantal toevallige ontmoetingen onderweg, zoals met de doofstomme jongen uit de postkoets in Hoofdstuk 1 (vertaling beschikbaar), blijkt dat Wolfgang, zonder het zelf duidelijk te beseffen, niet alleen hunkert naar de geborgenheid van een gewoon leven, maar vooral ook naar vriendschap met jongens van zijn eigen leeftijd. Die vriend vindt hij uiteindelijk tijdens drie magische dagen in Florence, in april 1770, wanneer hij de twaalfjarige Engelse Thomas Linley ontmoet. Thomas – of Tommasino, zoals de Italianen hem liefkozend noemen – is óók een wonderkind. Hij speelt viool, heeft een paar composities op zijn naam staan en, hoewel hij afkomstig is uit Bath in Engeland, woont hij al twee jaar bij zijn Italiaanse vioolleraar in Florence. Thomas is zelfstandiger dan Wolfgang, die volledig is uitgeleverd aan de grillen van vader Leopold, en hij overreedt hem om één dag te spijbelen en met hem mee te gaan, op avontuur.

Opmerkelijk is dat De Vos Wolfgangs verkenningstocht door Florence aan de hand van Thomas niet idealiseert. Het regent bijvoorbeeld gewoon, die middag, en de beeldentuin in een druipsteengrot waar Thomas hem mee naartoe neemt, vervult Wolfgang met een onbestemde angst. Dat de vriendschap tussen de twee jongens zich onder die groteske omstandigheden tóch kan ontwikkelen, benadrukt de zuiverheid en de trouw van hun band. Het is de evocatie van die intense jongensvriendschap ná die hele rondgang door de harde, soms decadente en soms bizarre wereld van de volwassenen, die Tot siens Tomassino zijn poëtische kracht geeft. De toon van het boek herinnert bovendien aan de (bedrieglijke) lichtheid en virtuositeit van Mozarts eigen muziek.

Na die paar dagen met Thomas moet Wolfgang weer verder, en rest slechts de herinnering. Zijn keuze om één dag te ontsnappen aan het regime van Leopold, betekent echter ook het begin van Wolfgangs openlijke rebellie tegen zijn vader. De gevolgen hiervan zien we in de epiloog. Aan het einde van het verhaal zijn we terug bij de 22-jarige Mozart, berooid, in een armzalige herberg in Parijs. Dagelijks ontvangt hij brieven van Leopold, die nog steeds van een afstand zijn leven probeert te bestieren en hem verwijt dat hij niets van zich laat horen. In Parijs krijgt Wolfgang bericht van de zuster van Thomas Linley, die hem laat weten dat Thomas bij een bootongeluk is verdronken. Ze schrijft dat Thomas, nadat hij in 1771 uit Florence was teruggekeerd naar Bath, nooit uitgepraat kon raken over zijn vriendschap met de jonge Mozart.

Achtergrond

De eerste versie van deze novelleverscheen in 1993 onder de titel Trazom. ‘Trazom’ is een omkering van de naam ‘Mozart’. Het is een woord uit Wolfgangs fantasiewereld, Rücken, waar iedereen achterstevoren loopt. In de werkelijkheid ondertekende Mozart zijn brieven ook soms met ‘Trazom’. In het boek verbindt het spel met letters Wolfgang met Thomas: tussen ‘Mozart’ en ‘Thomas’ is er maar één letter verschil, iets wat binnen de sluimerende romantiek van hun jongensvriendschap een geweldige lading krijgt.

In 2007 verscheen een tweede editie onder de titel Tot siens Tommasino. Sindsdien heeft het verhaal Philip de Vos echter niet losgelaten. In verschillende essays op de Zuid-Afrikaanse poëziewebsite Versindaba heeft hij verslag gedaan van zijn zoektocht naar overblijfselen uit het leven van Thomas Linley. In 2008 maakte hij een pelgrimstocht langs plaatsen uit Thomas’ leven, van Bath – waar zijn vader, net als Leopold Mozart, orkestleiderwas – tot het meer bij Grimsthorpe Castle in Lincolnshire waar hij stierf.

Zie: ‘My pelgrimsreis op die spoor vanThomas Linley’ – Philip de Vos – Versindaba, 2009

‘Op die dood van Thomas Linley’ – Philip de Vos – Versidaba, 2010

Na de tweede editie is De Vos aan het manuscript blijven schaven en heeft hij de proloog en de epiloog toegevoegd waarin de volwassen Mozart bericht krijgt van de dood van zijn jeugdvriend. Hierdoor is de tere vriendschap tussen Wolfgang en Tommasino meer centraal komen te staan. Tevens heeft De Vos de tekst zelf in het Engels vertaald met het oog op een mogelijke buitenlandse uitgave.

Receptie

Uit een recensie door de bekende Zuid-Afrikaanse dichter en toneelschrijver Hennie Aucamp (Insig, maart 1993):

‘Een kinderboek trekt soms even veel volwassen lezers als jeugdige lezers, en soms gebeurt het dat zó’n boek een klassieker wordt. Van Trazom: ’n Mozart-verhaal door Philip de Vos durf je te voorspellen dat het een breed publiek zal hebben, want net zoals bij De Vos’ eerdere werk (verhalen, nonsenspoëzie, limericks) raakt het de jeugdigheid in ieder mens. En Trazom heeft beslist het potentiaal om een klassiek werk te worden.’

Trazom verdient een internationaal publiek. Tenslotte behoort de wondermens Wolfgang Amadeus Mozart aan de hele wijde wereld, van Rücken tot Salzburg; van Constantinopel tot Kaapstad.’ (Hennie Aucamp, 1993)

 

Uit een e-mail aan Philip de Vos van Robert Spaethling, Mozart-kenner en bezorger van Mozart’s Letters, Mozart’s Life:

‘It is a beautiful story.  It held my attention throughout and I was moved by your description of the two boys and their gentle, innocent, boyish love for each other.  The story is well crafted, it  combines actuality and imagination, history and creative interpretation.  The heart of the novella is, of course, the sudden emergence of teenage feelings for  someone outside the family.  Such pure and early emotions are very real and known to all of us.  Here they have a special charm and poignancy because these feelings happened suddenly and the two young artists never saw each other again; the  knowledge of this uniqueness is poignantly present throughout their relationship.  But you may also inferring, with great subtlety, that at this early age the two boys could enjoy their feelings, whereas, at a later time, they might have been embarrassed by it.  Your characterization of young Mozart as a sleepy and dreamy youngster is excellent, his letters confirm your characterization, your take on Leopold is also accurate, although recent scholarship tries to paint a somewhat less severe picture of him.  A recent German scholar says that he was relatively enlightened in the upbringing of his children.  But, in the context of your story, he is well defined as an ambitious planner, not a heartless father, but a practical pater familias.  I love your portrait of Tom Linley.  I have not read much about him and do not know what he was like, but he is beautifully drawn in your story.  I could have fallen in love with him too.  You have an excellent gift of bringing people to life, not only two young teenagers with immeasurable gifts and pounding hearts, but also the supporting cast, such as Padre Martini, the castrato Farinelli, the poetess Corilla Olimpica, people who generally don't move out of the shadowy regions of documented history.  It was a joy for me to meet these characters in your wonderful re-recreation, you made the music scenes of Bologna and Florence very real and believable. I think your English is excellent, as is the structure of the story.  As you know the definition of novella requires an unexpected twist in the story (the Germans invented that rule and made a science of it), and your story definitely has an unexpected twist – at the end of the story:   Wolfgang has gained a new and valuable feeling in his heart, but it is at the expense of the childish adoration of his father.  What happens in that dreamy psyche is not well understood, but it will re-emerge in his music.’ 

Over de auteur

Philip de Vos(1939) is een creatieve duizendpoot. Hij geniet in Zuid-Afrika grote bekendheid als schrijver, vooral van nonsenspoëzie, en hij heeft tot dusver maar liefst vijfentwintig boeken gepubliceerd. De Vos vertaalt ook kinderboeken. Hij heeft onder meer een verzameling gedichten van Annie M.G. Schmidt vertaald, die zijn gebundeld onder de titel Spree met Foete; deze publicatie is in 2004 bekroond met een IBBY Award.

De Vos is van huis uit taaldocent. Later werkte hij jarenlang als operazanger. Ook hield hij regelmatig solotentoonstellingen als fotograaf en publiceerde hij een fotoboek met foto’s van honderddertig Zuid-Afrikaanse collega-kunstenaars.

Tegenwoordig maakt hij voor radiozender RSG documentairereeksen – 13 afleveringen van 50 minuten elk – over de levens van beroemde componisten. Zo stelde hij in het verleden al reeksen samen over Mozart, Tsjaikowski en Schubert, en op dit moment is zijn reeks over Mendelssohn elke zondagochtend te beluisteren.

Muziek is een terugkerend thema in zijn boeken. Zijn rijmpjes bij Saint-Saëns’ Carnival des Animaux zijn in meerdere landen in vertaling verschenen. Zo zijn ze in het Nederlands verschenen als Het carnaval der dieren in een vertaling van Fran de Jong (Lemniscaat, 1999).

Voor zijn werk ontving De Vos verschillende belangrijke Zuid-Afrikaanse literaire onderscheidingen, zoals de Eugène Maraisprijs, de Alba Bouwerprijs en de MER-prijs. Op 5 maart 2015 kreeg hij tijdens de uitreiking van de KykNET Fiëstas een lifetime achievement award.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

13.02 | 08:47

Ek doen dit graag, Johan!

...
12.02 | 12:33

Dank je wel, Xiomara!

...
12.02 | 12:27

Week van de Afrikaanse roman zit nog vers in mijn geheugen! Bedankt voor al je harde werk en inspiratie!

...
11.02 | 21:58

Harde werk dié! Doe zo voort, Ingrid:)

...
Je vindt deze pagina leuk