Debora en seuns

Helene de Kock

Helene de Kock, Debora en seuns

(Kaapstad: Human & Rousseau, 2015)

 

Aanbeveling

De Zuid-Afrikaanse Helene de Kock is al dertig jaar actief als schrijfster. Ze heeft een omvangrijk oeuvre opgebouwd van populaire liefdesromans. Sinds enkele jaren legt ze zich echter toe op serieuzere boeken, die opvallen door sterke uitwerking van de personages, veel aandacht voor menselijke verhoudingen en gedegen onderzoek van de historische context.

De Kocks nieuwste boek, Debora en seuns (2015), is een historische roman die zich deels op het rustige platteland van de Zuid-Afrikaanse Vrystaat afspeelt, en deels in het door de Tweede Wereldoorlog verscheurde Londen. Maar er broeit van alles onder de oppervlakte van het ogenschijnlijk zo kalme leventje in het Vrystaatse dorp waar iedereen elkaar kent. In de grote stad Londen, daarentegen, zijn het de vriendelijkheid, naastenliefde en innerlijke rust van vreemdelingen die Margot helpen om te overleven. Het contrast tussen deze twee werelden wordt weerspiegeld door het verteltempo, dat eerst bijna loom is, zoals in een warme Zuid-Afrikaanse zomer, en daarna, passend bij het leven in een stad in oorlogstijd, dramatisch versnelt.

Debora en seuns is een roman met een sterk liefdesverhaal, dat wordt voortgestuwd door geheimen, verboden relaties, spionage en de gevaren van de oorlog. De personages – vooral de eigenzinnige heldin, Margot, die in de loop van het verhaal volwassen wordt – zijn goed ontwikkeld en er is veel aandacht voor menselijke relaties. Afgezien van de conservatieve en roddelende dorpelingen komen er in het boek veel sympathieke personages voor: dapper en vol compassie. De schrijfster heeft duidelijk veel historisch onderzoek voor dit boek gedaan; we krijgen een gedetailleerd, realistisch en overtuigend beeld van het dagelijks leven, zowel op het Vrystaatse platteland – waar voedsel nog altijd in overvloed is – als in Londen, met zijn black-outs en lange rijen voor de winkels. Aan het einde van het boek worden alle verhaallijnen logisch afgerond en blijft de lezer met een behaaglijk gevoel achter.

 

Samenvatting

Het verhaal van Debora en seuns begint in een klein dorpje op het Zuid-Afrikaanse platteland. Het is eind 1939 en de 18-jarige Margot is net klaar met school. Ze is jong en vol leven. Maar het is moeilijk om plannen voor de toekomst te maken terwijl Europa afstevent op een oorlog – een oorlog die ook in het verre Zuid-Afrika zijn schaduwen werpt. De dorpelingen raken steeds meer verdeeld: sommigen kiezen de kant van de geallieerden, anderen – met de wreedheden die de Engelsen de Afrikaners tijdens de Boerenoorlog hebben aangedaan nog vers in het geheugen – de kant van de Duitsgezinde Ossewabrandwag.

De spanningen centreren zich rond de geheimzinnige Debora Schlagerfeldt en haar gezin, die een paar jaar geleden als uit het niets in het dorp zijn opgedaagd. Debora heeft een snoepwinkeltje, ‘Debora en Zonen’. Maar verder houden zij en haar jongens zich afzijdig van het dorpsgebeuren, en dat geeft aanleiding tot heel wat roddels en speculaties. Zijn de Schlagerfeldts aanhangers van Hitler, of zijn ze op de vlucht voor het nazi-regime? En wat is er aan de hand met Debora’s man, Herr Dieter, die niemand ooit te zien krijgt?

Ook Margot is gefascineerd door Debora en haar drie zonen: Erik, Heinrich en Marnitz. In het begin is ze vooral bevriend met de jongste broer, Erik. Maar Erik is verliefd op de Engelse onderwijzeres Elizabeth, die maar een paar jaar ouder is dan hij. Vanwege het leeftijdsverschil, het feit dat Elizabeth Eriks lerares was én de tegenstellingen tussen Afrikaners en Engelstalige Zuid-Afrikanen is het een relatie die op veel protest kan rekenen. Daarom lopen Erik en Elizabeth weg, om elders te trouwen.

De middelste broer, Heinrich, is verliefd op Rebekka, een meisje uit een orthodox-joodse familie. Heinrich sluit zich aan bij het geallieerde leger en neemt deel aan de opmars door Afrika. Als Heinrich weg is, blijkt dat Rebekka zijn kind verwacht. Uit wanhoop trouwt ze met de man die haar ouders voor haar uitgezocht hebben: Jakob Greenberg, een zachtgeaarde joodse academicus uit Johannesburg.

Op oudejaarsavond blijkt dat Marnitz, de zwijgzame en donkere oudste zoon, al jarenlang een oogje op Margot heeft. De avond waarop hun liefde tot bloei komt, 31 december 1939, is echter ook de afsluiting van een tijdperk van relatieve rust en onschuld. Vanaf dan is oorlog onvermijdelijk.

Marnitz is dokter en hij wil naar Guy’s Hospital in Londen om zich verder te specialiseren. Kort voordat hij vertrekt, sterft Margots moeder Susan, en Margot wordt door Debora liefdevol in haar huis opgenomen. De altijd zo gereserveerde Susan Scott – een buitenstaander, net als Debora – laat Margot echter met een raadsel achter: wie is haar vader, Henry Scott-Trewellyn, de Engelsman over wie Susan nooit heeft willen praten?

Erik en Elizabeth keren terug en Erik neemt de leiding over Debora’s snoepwinkel over. Margot wordt echter steeds wanhopiger omdat ze sinds zijn vertrek niets meer van Marnitz heeft gehoord. Als Rebekka haar vanuit Johannesburg schrijft dat een oude tante van Jakob Greenberg een gezelschapsdame zoekt voor de reis terug naar Engeland, grijpt Margot haar kans en vertrekt ze, zonder om iets tegen Debora te zeggen, naar Londen, om Marnitz te zoeken.

In Londen belandt Margot in de harde realiteit van een stad in oorlogstijd, waar bombardementen, luchtalarm, schuilkelders en voedselschaarste aan de orde van de dag zijn. Gelukkig vindt ze steun bij de oude dame, Gertrud Shavinski, en een vriendelijke buurman, Richard Jennings. Eerst geeft meneer Jennings haar een baantje in zijn broodjeszaak, en later besluit ze om bij Guy’s Hospital een opleiding te volgen tot fysiotherapeut. Fysiotherapie is op dat moment nog een relatief onbekende waar veel behoefte aan bestaat met al die gewonde soldaten die terugkeren van het front.

Al snel hoort Margot dat Marnitz zijn Duits klinkende naam heeft veranderd in een Engelse naam: Martin Batfield. Hoewel hij inderdaad bij Guy’s Hospital werkt, is hij er nooit wanneer ze hem daar wil opzoeken. Omdat hij vlot Duits praat stuurt de Engelse geheime dienst hem regelmatig als agent naar Frankrijk. Maar dan komt Marnitz één avond bij Margot op bezoek. Ze brengen de nacht in de schuilkelder door en beleven daar een nacht vol passie, terwijl om hen heen de bommen de stad in puin leggen.

Enkele weken later merkt Margot dat ze zwanger is. Mevrouw Shavinski neemt haar mee naar de Cotswolds, zodat ze in een rustige en veilige omgeving kan bevallen. Margot krijgt een dochtertje, dat ze Debora noemt.

Marnitz is inmiddels vermist geraakt en Margot leeft maanden in onzekerheid. Marnitz is gewond geraakt en de Franse Résistance heeft hem helpen onderduiken. Marnitz weet echter uit Frankrijk te ontsnappen en terug te keren naar Engeland. Eindelijk kan Margot hem aan zijn dochtertje voorstellen en trouwen ze. Later wordt Marnitz overgeplaatst naar een revalidatiekliniek in Berkshire; Margot en Debora gaan met hem mee.

Als Marnitz voldoende is hersteld, gaan ze naar het huis van de Scott-Trewellyns in Berkshire, de familie van haar vader. Een tante van haar vader vertelt dat haar vader door een val van zijn paard is overleden, slechts enkele dagen voordat de brief van haar moeder kwam, waarin ze liet weten dat ze een kind van hem verwachtte. De familie wist niet hoe ze deze ‘Susan uit Zuid-Afrika’ moesten bereiken, en om een schandaal te vermijden hebben ze het er verder maar bij laten zitten. Nu weet Margot dat haar vader haar moeder niet in de steek heeft gelaten. Die nacht vertelt Marnitz haar ook het geheim van zijn eigen familie – het verhaal van de noodlottige liefde tussen zijn ouders, Debora en de altijd aan een rolstoel gebonden Herr Dieter.

Na de oorlog keren Margot en Marnitz met hun dochtertje terug naar Zuid-Afrika. Jakob Greenberg is in de oorlog overleden. De joodse Rebekka heeft het geheim van de afkomst van haar zoon niet voor haar familie verborgen kunnen houden. Ze is door haar vader verstoten, en heeft bij Debora een veilig heenkomen gevonden. Heinrich werd ook een groot deel van de oorlog vermist, maar als blijkt dat hij zich veilig in een ziekenhuis in Noord-Afrika bevindt en dat hij binnenkort naar huis terug mag, is iedereen gelukkig. Margot voelt dat ze opnieuw in verwachting is.

 

Receptie

  • ‘Nou ja, ’n geheimsinnige manlike dokter, ’n vroulike fisioterapeut wat naby aan hom werk en ’n donker Londense bomkelder is die soort bestanddele wat tot ’n meesleurende liefdesverhaal lei. Maar dit is nie sommer so ’n liefdesverhaal hierdie nie. Daar is baie meer verhaallyne wat vervleg word. Dit word ook ’n interessante ondersoek van ’n tydperk. Die historiese agtergrond is egter juis dit, slegs agtergrond, want eintlik word verhoudings tussen mense ondersoek. Nie slegs liefdesverhoudings nie, maar die talle ingewikkelde verhoudings waarin mense staan: ma en dogter, dogter en afwesige pa, ma en seuns, vriendskappe, die verhouding tussen individue en gemeenskappe. Dit gaan ook oor verlies en die verwerking van verlies.’ (Willie Burger, Vrouekeur)
  • ‘Die liefde, die stowwerige strate van ’n Oos-Vrystaatse dorpie en die Tweede Wêreldoorlog word saamgesnoer in Helene de Kock se historiese roman Debora en seuns. […] Aanvanklik is dit of die verhaal te stadig ontvou, maar sodoende is daar karakterontwikkeling van groot waarde. Margot se latere stryd om oorlewing teen die bloudruk van ’n oorloggeteisterde Londen is die hoogtepunt van die boek.’ (Annami Mailovich, Taalgenoot)
  • Debora en seuns is nie ‘n aksiebelaaide verhaal wat tot ‘n dramatiese einde opbou nie, maar eerder ‘n familiesage waar die los drade teen die einde netjies vasgeknoop word. Die gegewe word net genoeg geromantiseer om die leser op soek na die goeie tevrede te stel, maar word nooit onrealisties nie. Margot is wel die romantiese hoofkarakter wat vele mans se harte aanraak, maar haar persoonlike ontwikkeling strek ver verby die bloot romantiese ervaring van ‘n groot liefde in oorlogstyd.’ (Alta Cloete, Maandblad Zuid-Afrika)

 

Biografische informatie

Helene de Kock is al ruim dertig jaar als schrijfster actief en heeft al een kleine vijftig boeken gepubliceerd. Ze schrijft romans, religieuze teksten en kinderboeken, evenals journalistiek werk, recensies en columns. Een deel van haar vroege werk is inmiddels in omnibussen verzameld. Over de dood van haar zoon Jaco, die in 2004 door een auto-ongeluk om het leven kwam, publiceerde ze het boek As dood Lewe word. Haar werk verscheen bij diverse uitgeverijen, waaronder Tafelberg, Human & Rousseau, Litera, CUM en Lapa.

Een belangrijk thema in het werk van Helene de Kock is de liefde. Even belangrijk is echter de aandacht voor het echte leven en de eisen die dit aan de relaties tussen mensen stelt. Ze verwijst dan ook graag naar haar romans als ‘verhoudingsverhale’.

Helene de Kock deed een BA in Engels en Duits aan de Universiteit van Pretoria en daarna een Masters en een PhD in Creative Writing aan de Noordwes Universiteit in Potchefstroom. Zo nu en dan geeft ze gastcolleges over schrijfkunst, zowel in Potchefstroom als Pretoria. Ze is lid van de Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns.

Helene de Kock is getrouwd en moeder van drie kinderen en woont in Pretoria. Haar zoon Herman, een predikant en bankier, en haar dochter Sylvia, die eveneens in het bankwezen werkt, schrijven ook.

Proefvertaling DEBORA EN SEUNS

Hoofdstuk 1

 

Margot moet steeds weer aan de Schlagerfeldts denken, of ze nu wil of niet. Ze kan niet anders, ze heeft nooit anders gekund. En nu, in haar examenjaar, zijn haar vragen er niet minder op geworden, hoe lang ze er ook al mee rondloopt.

Want het verhaal van Deborah heeft de inwoners van dit dorp altijd gefascineerd, dwars door de jaren van de Crisis en de lange droogte heen. Zelfs het feit dat er in Europa onlangs weer een oorlog is uitgebroken, maakt de Schlagerfeldts niet minder interessant. Tussen alle roddelpraatjes door slaan de huisvrouwen tegenwoordig koortsachtig blikjes corned beef, thee, koffie en suiker in. In de winkel van Eisenstein waren de houten planken afgelopen zaterdag zo goed als leeg. Geen jam of Marmite meer te krijgen.

‘Hamsteraars’ noemen de kranten de gek geworden kopers.

Het is een gedrag dat voortkomt uit angst, zegt Margots moeder, Susan Scott. En Margot weet dat ze gelijk heeft. De mensen zijn bang dat er iets op zal raken. Of nog erger: zal verdwijnen. Hun dagelijkse brood. En hun vrede. Daarom hamsteren ze.

Zelfs Debora’s snoepwinkeltje wordt bijna elke dag leeggekocht. Ook dat is iets waarover de dorpelingen elkaar verwijten maken. Het jaar 1939 heeft opnieuw zware tijden gebracht en dan gaan de mensen zich te buiten aan snoepjes en jam. Om het heerlijke zachte brood van die vrouw maar niet te noemen.

Margot zit te wachten tot haar moeder klaar is om naar de bidstond te gaan en voelt hoe de loomheid haar overvalt. Ze heeft zich vanmiddag suf geleerd. Geschiedenis en Engelse literatuur. Ze kent de hele Macbeth al bijna uit haar hoofd. Als haar moeder nu niet gauw komt, zal ze nog ter plekke in slaap vallen.

Haar gedachten dwalen weer af naar de Schlagerfeldts. Debora’s verhaal is in dit dorp in de oostelijke Vrijstaat al van alle kanten bekeken. De vrouw-uit-de-nacht is de populairste variatie op het thema. Verzin eens wat originelers, merkt Susan Scott soms op. Volgens haar is er voor dit verhaal maar één titel mogelijk: Debora en zonen.

Want, legt Susan vaak uit, Debora heeft zoveel facetten dat het onmogelijk is om er slechts één uit te lichten. Het feit dat zij en haar gezin uit de nacht tevoorschijn zijn gekomen, doet er niet toe. Als ze bij daglicht was gearriveerd, zou het raadsel even groot zijn geweest. Want Debora is uniek, net als haar zonen. Ook al zijn op de gezichten van elk van de drie jongens dezelfde familietrekken duidelijk te herkennen, hebben ze alle drie een heel eigen karakter.

Margot kan het alleen maar met haar moeder eens zijn. Ze heeft zich zelf dikwijls afgevraagd waar de Schlagerfeldts toch vandaan komen. En vanavond malen haar gedachten alweer rond, op zoek naar antwoorden. Vragen die vroeger alleen nog maar een kriebel waren, dringen zich nu steeds dwingender aan haar op.

Debora en haar gezin zijn begin jaren dertig op een nacht eenvoudig gearriveerd. Dat was kort na april 1934, toen Adolf Hitler zijn belangrijkste politieke tegenstanders om het leven had laten brengen tijdens de zogenaamde Nacht van de Lange Messen. De gemoederen waren destijds, net als nu, behoorlijk verhit, en de mensen waren geneigd om van alles over anderen aan te nemen.

Sommigen gingen er onmiddellijk vanuit dat Debora Schlagerfeldt en haar gezin Duitse vluchtelingen waren. Ze spraken immers zo nu en dan Duits… Misschien waren het mensen die aan de Nacht van de Lange Messen ontsnapt waren en die zich in hun dorp wilden verstoppen.

Dat verhaal laait nog steeds af en toe op, net als een veldbrand die blijft smeulen. Hoewel het gezin aankwam in een Amerikaanse B-Ford, bouwjaar 1934, kwam er geen einde aan de geruchten dat ze Duits waren. Het waren vooral de vrouwen die zo dachten. De mannen waren meer geïnteresseerd in de nieuwe bruin-met-zwarte auto met zijn grote, glimmende zilveren koplampen en vier-cylindermotor. Maar de autopraatjes waren later verstomd, toen het bruin-en-zwart met de jaren doffer werd, en het elegante wit van de banden geler. Dan richtte het gepraat zich weer meer op de eigenaren zelf, die uit het niets waren verschenen in de tijd toen de twee politieke partijen van Hertzog en Smuts gefuseerd waren.

Susan Scott komt gejaagd en enigszins buiten adem de zitkamer binnen, met haar kerkhoed al op. ‘Kom, Margot!’

Alsof zíj het is die heeft getreuzeld. Margot glimlacht alleen maar terwijl ze haar hoed met de witte bloem opzet.

Als ze eindelijk in de kerk zitten, ziet Margot dat haar moeder het zweet van haar bovenlip veegt. Zijzelf heeft moeite om tijdens de korte dienst wakker te blijven. Ze is opgelucht wanneer dominee Hamman tenslotte, na het zoveelste geprevelde gebed, luid amen zegt.

Vanavond zijn de Schlagerfeldts alweer op ieders lippen als de gemeenteleden in de zaal naast de kerk thee drinken. Eerst draait het nerveuze geklets vooral om de oorlog. Margot kan aan haar moeders gezicht zien dat Susan al bij voorbaat moe wordt van het gesprek.

‘Er zal nog heel wat meer dan alleen glas breken’, profeteert oom Karel van de boerderij Langspruit, en slurpt de warme koffie uit het schoteltje op.

‘Ach nee, oom Karel’, zegt Helgaard Smit, die ook in deze streek boert, ‘je kunt niet alles op de Kristallnacht van vorig jaar baseren.’

‘Wat was dat?’ vraagt Sina Pienaar terwijl ze met getuite lippen in de kokendhete thee blaast.

‘Een vreselijke toestand, Sina’, antwoordt oom Karel. ‘Hitler heeft vorig jaar in november driehonderd synagogen en Joodse bedrijven verwoest. Er zijn zoveel vensters gesneuveld dat ze de negende november 1938 sindsdien Kristallnacht noemen.’

Sina zet haar kopje met een klap neer. ‘Zo’n mooie naam voor zoiets verschrikkelijks!’

Nu wil iedereen zijn mening luchten, en al snel ontaarden de gesprekken in een kakafonie die als een onweersbui uitwoedt en dan wegsterft. Margot vindt het allemaal maar onzin, wat ze hoort.

Af en toe nemen de gemeenteleden elkaar achterdochtig op en beginnen dan onhandig naar andere onderwerpen te zoeken. Dat het al bijna zomer is, hier op het Vrijstaatse Hoogland, maar dat het mooie weer nog niet erg wil doorzetten. En dat de sneeuw waarschijnlijk eerst nog een keer winterwit op de Malutibergen zal neerdalen voordat het echt warmer wordt.

En nu het klinkt alsof de hele wereld opnieuw uit balans is, grijpen de mensen alles aan wat de onrust kan bezweren. Margots gedachten zijn nog niet koud of Debora’s schim begint weer tussen de mensen rond te bewegen.

‘Dat mens van Schlagerfeldt’, begint mevrouw Tredoux opnieuw te temen, ‘ik vraag het me af.’

Oud verhaal. Uitgekauwd. Maar met een beetje stoken nog steeds eersteklas roddelstof.

‘Tsja’, zegt Sina Pienaar, terwijl de thee over de rand van het kopje in haar hand stroomt. ‘Debora woont hier al jaren, maar wat weten we nu eigenlijk van haar af? Ze komt wel naar de kerk en haar zonen zijn keurige jongens, nietwaar? En zolang ze het niet met Hitler eens is, geeft het toch niet uit dat ze Duits is. Geen Nazi, maar…?’

Mevrouw Tredoux stuift op. ‘En wat zou het als ze wel een Nazi is? Wie zegt er dat Hitler de wereld niet beter kan maken?’

De stilte tikt als een verstopte bom. De thee- en koffiedrinkers vormen twee kampen. Voor de Nazi’s en tegen de Nazi’s. Aan de kant van Smuts en de geallieerden tegen de Duitsers of… wat? Ja, wat. Er barst een verhitte discussie los. Margot voelt dat haar moeder haar bovenarm stijf beetpakt. Ze streelt troostend over haar moeders vingers.

‘Wacht’, fluistert ze, ‘ik wil het horen.’

Susan schudt haar hoofd, maar blijft toch staan.

‘En als heel Zuid-Afrika nou eens Nazigezind wordt?’ wil een boer die voorbij Arlington woont geërgerd weten. ‘Zou dat zo erg zijn?’

‘Nu je het zegt’, vraagt ouderling Kirsten, ‘aan welke kant sta jij eigenlijk? Aan de kant van de Engelsen soms, die onze vrouwen en kinderen tijdens de Boerenoorlog in de concentratiekampen gefolterd hebben?’

De gemeenteleden lijken te vergeten dat ze zich in de theekamer van de kerk bevinden. De politiek zwelt aan en stroomt over de rand van stichtelijkheid heen, net als deeg met te veel gist erin. Totdat dominee Hamman verbauwereerd zijn keel schraapt.

‘Broeders en zusters, laten we de oorlog nu maar voor buiten bewaren.’ Maar zijn woorden hebben weinig effect. Hij kucht en verontschuldigt zich. Hij laat de smeulende biduurgangers in de zwak verlichte zaal achter.

Margot Scott onthoudt het gesprek woord voor woord. Wat kunnen ze speculeren, mannen én vrouwen! De mannen drommen brommend in groepjes bijeen. De vrouwen vliegen elkaar in de haren – en Debora ook, al is ze er niet eens bij. Ze vragen zich af waar Debora politiek staat en in één adem ook hoe het zit met de loyaliteiten van de joodse families uit het dorp, de Eisensteins en de Greenbergs – al is het heerlijk om in hun winkels te kopen.

Margot bijt op haar lip. Het is nog erger dan het soms tussen schoolmeisjes in de pauze gaat. Het tamelijk onsamenhangende gesprek kolkt overal om haar heen. Als ze zich wil omdraaien om naar buiten te lopen is het haar moeder die haar tegenhoudt want plotseling werpt Sue Ferreira zich ook met overgave in het verwarde gesprek: ‘Ja, en dan heeft Eisenstein ook nog die mooie Rebekka. Om te denken dat hij zijn dochter naar een school in Johannesburg stuurt.’

Sina Pienaar kijkt haar verwijtend aan. ‘Eisenstein heeft Rebekka naar een joodse school gestuurd. En zo hoort het ook, Sue. Maar daar hebben we het nu niet over. Waar moeten we anders suiker en lekker stevig garen en katoen vandaan halen?’

                ‘Kalm aan’, vermaant Isak Pienaar en hij schudt zijn hoofd op zijn dikke nek. ‘Maar ik begrijp wat mijn vrouw wil zeggen want ik sta ook aan de kant van Smuts.’

                Op dat moment zegt Susan Scott ferm: ‘Kom, Margot.’

Ze groeten en lopen weg in het koele, heldere maanlicht.

‘Wat denkt u dat er gaat gebeuren, mamma?’ vraagt Margot als ze al bijna bij de hoek zijn waar ze hun straat in lopen.

‘Je bedoelt: wat er nu van de relatieve vredigheid van dit dorp gaat worden?’ vraagt haar moeder. ‘Met de oorlogswolken die in de verte bliksemen, hebben we niet ook nog eens een onderlinge twist nodig.’

Margot zwijgt maar liever, luistert alleen naar hun knarsende voetstappen op het droge gruis. Ze lopen drie blokken de heuvel op, tot schuin voor het Victoriaanse huis waar Debora Schlagerfeldt destijds is komen wonen. Happend naar adem trekt Susan de panten van haar jas strakker om zich heen.

‘Moeten we Debora vertellen wat er is gebeurd?’ vraagt Margot zich hardop af.

‘Ach, nee. Debora houdt niet van loze praatjes. Ze zal alleen maar haar hand opsteken en “Genug!” zeggen.’

Margot lacht zacht. ‘Genoeg!’ is Debora’s geliefkoosde stopwoord. Als een gesprek of een situatie volgens haar gedimd moet worden, zegt ze alleen maar ferm: ‘Genug!’

Daarom loopt ze zwijgend achter haar moeder aan naar het huisje met het rode dak op de bijna lege werf. Tegenover hen in Debora’s statige woning schijnt er nog geel lamplicht achter de roomkleurige gordijnen.

Thuis zet Margot nog wat thee. In haar hoofd weergalmen de vele gesprekken van de afgelopen avond. Ze weet precies wat de implicaties zijn, want haar moeder praat altijd met haar alsof ze een volwassene is. En dan ook nog eens in het Afrikaans én in het Engels. Ze schenkt twee kopjes in en brengt ze naar de zitkamer, waar haar moeder al in de leunstoel met de versleten bruine bekleding zit.

Ze geeft de thee aan, gaat op de doorgezakte bank zitten en trekt haar lange benen onder zich op.

‘Margot’, zegt Susan langzaam, ‘ik ben trots op je.’

‘O ja, mamma?’

Susan knikt. ‘Ja, je bent nu mooi gepolijst, vind ik. Je doet me denken aan de meisjes die ik destijds in Engeland tegenkwam. En aan Debora. Zie je, je praat beschaafd, maar zonder je mening onder stoelen of banken te steken.’

Margot glimlacht. ‘Dat heeft u er in gedrild, mamma.’

‘Ja, dat is waar’, zucht Susan schokschouderend. ‘Het komt zeker doordat ik een onderwijzeres ben. Want als je met een mond vol tanden staat wanneer je iets belangrijks wil zeggen, ben je verloren.’

‘Maar u heeft vanavond niets gezegd, mamma. En ik ook niet.’

‘De tijd om duidelijk standpunt in te nemen zal nog komen. Neem dat maar van mij aan.’

Margot glimlacht alleen maar en nipt van haar hete thee.

Onvermijdelijk komt het gesprek opnieuw op de politieke praatjes bij de kerk.

‘Ik waarschuw je, mijn kind. We leven in een tijd waarin allerlei dwaze ideeën voor zoete koek worden aangenomen.’

‘Wat bijvoorbeeld, mammie?’

‘Bijvoorbeeld dat zwarte mensen, Russen en joden zogenaamde Untermenschen zijn. Göring, het hoofd van de Duitse Luftwaffe, schijnt vorig jaar te hebben gezegd dat de Tsjechen een armzalig pygmeeënras zijn.’

‘Wat een griezel’, gaapt Margot. ‘Denkt u dat de oorlog hier ook naartoe komt?’

‘Wie weet? Maar laten we gaan slapen. Morgen is er weer school.’

Margot geeft haar moeder een nachtzoen en kruipt onder de wol. Plotseling is ze nog meer vermoeid van de lange bidstond die avond en het gekrakeel dat erop volgde. Maar het is Debora die opnieuw bij haar komt spoken. Ze weet dat haar moeder Debora altijd sympathiek gezind is geweest. Susan Scott had immers zelf al in een situatie verkeerd waarin mensen niet meer dan het hoogst nodige tegen haar zeiden. Dat was weliswaar al lang geleden, maar toch. Na een paar jaar had het dorp haar moeder gelukkig geaccepteerd. Vreemd dat ze haar destijdse verblijf in Engeland vanavond niet te berde hebben gebracht, denkt Margot. Maar het enige wat ze weten, is dat Susan uit Engeland aankwam met een baby in haar armen. Ze gingen ervan uit dat ze een weduwe was en zij had het nooit tegengesproken.

Dat de dorpelingen ‘mevrouw’ Susan Scott aanvaardden, verbaast Margot nog steeds. Eerst bewaarden ze een veilige afstand. Maar ze hadden Susan ook nodig, want ze kreeg al snel een aanstelling op de plaatselijke middelbare school. Met een Mastersopleiding in Engelse geschiedenis, plus het feit dat ze zoveel talen sprak, was dat zeker niet moeilijk. Niemand kon hun kinderen zo goed in het Afrikaans én in het Engels lesgeven als zij. En zo is het tot vandaag toe gebleven.

Margot trekt het laken tot haar kin toe op. Voor de zoveelste keer wenst ze dat ze meer over haar moeders tijd in Londen weet. Want Susan is nadat ze haar studie aan de Universiteit van Stellenbosch had voltooid, voor twee jaar naar Londen gegaan, waar ze bij een zuster van haar overleden vader logeerde. Daar is ze zelf bijna Engels geworden, denkt Margot. Want ze kan met Engelstalige Zuid-Afrikanen omgaan alsof ze Brits is en met Afrikaners als de geboren Afrikaner vrouw die ze is.

In deze streek wonen verstokte Engelstalige Zuid-Afrikanen en stoere Afrikaners door elkaar. Ze groeten elkaar en gaan zelfs bij elkaar op bezoek. Maar op school zitten hun kinderen in aparte klassen, zodat Susan de geschiedenisles om de beurt in het Afrikaans en het Engels geeft.

Margot trekt de twee dunne wollen dekens over zich heen. Een oude vraag rijst opnieuw in haar op. Waar komt zijzelf nu eigenlijk vandaan? Het enige wat haar moeder ooit zegt, is: ‘Je vader is Henry Scott, een Engelsman die dacht dat hij met mij kon rotzooien.’

Confronterende woorden die Margot elke keer weer boos maken.

Soms raakt het onderwerp voor even op de achtergrond. Maar ze weet dat ze op een dag de moed bij elkaar zal schrapen om haar moeder te vragen wat er precies is gebeurd.

Schrijf een commentaar: (Klik hier)

123website.nl
Tekens over: 160
OK Verzenden.
Bekijk alle commentaren

Nieuwe commentaren

13.02 | 08:47

Ek doen dit graag, Johan!

...
12.02 | 12:33

Dank je wel, Xiomara!

...
12.02 | 12:27

Week van de Afrikaanse roman zit nog vers in mijn geheugen! Bedankt voor al je harde werk en inspiratie!

...
11.02 | 21:58

Harde werk dié! Doe zo voort, Ingrid:)

...
Je vindt deze pagina leuk